EEN NIEUW BRUIKLEEN IN ONS MUSEUM

zwanenbroeders

EEN NIEUW BRUIKLEEN IN ONS MUSEUM
Johan Bosch van Rosenthal (Candidandus-Conservator)

De plannen om het Zwanenbroedershuis in de toekomst anders in te richten, is voor de museumcommissie reden ook na te denken over de toekomstige opstelling van de Collectie.

Mede in dat licht besloot de commissie enige tijd geleden te proberen door middel van goede bruiklenen de in Museum het Zwanenbroedershuis getoonde Collectie op een hoger plan te brengen, waarmee het museum ook voor bezoekers nog interessanter wordt. In lijn met de uitgangspunten van het museum werd en wordt gekeken naar stukken die in verband kunnen worden gebracht met de achtergrond, geschiedenis én de leden van de Broederschap. Inmiddels is een aantal nieuwe bruiklenen van het Noordbrabants Museum te zien in de Proostenzaal, zoals het portret van Johan Gans (1596-1674), één van de eerste niet-katholieke leden van de Broederschap die in 1642 toetrad (zie Die Scelle, voorjaar 2010, blz. 14).

In dit verband benaderden wij, mede met hulp van de daar werkzame restaurator Michel van de Laar uit ’s-Hertogenbosch, ook het Rijksmuseum in Amsterdam om na te gaan welke stukken daar eventueel beschikbaar zouden zijn voor bruikleengave aan het Zwanenbroedershuis. Bij een interessant bezoek aan de opslag van het Rijksmuseum in Lelystad bleef een selecte groep van voornamelijk historische schilderijen over. Na intensief overleg met het Rijksmuseum is gekozen voor een indrukwekkend nieuw bruikleen dat nu ook in de Proostenzaal te zien is: een groot schilderij van de Leidse landschapsschilder Pieter de Neyn (1597-1639) voorstellende het beleg van ‘s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik in 1629.

zwanenrboedershuis
1. Pieter de Neijn (1597-1639): Het beleg van ‘s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik, 1629 olie op doek, 77.5 x 114 cm., Collectie Rijksmuseum, Amsterdam, Aankoop met steun van de Vereniging Rembrandt in 1907, Objectnummer SK-A-2245, Bruikleen aan Museum het Zwanenbroedershuis

Op 14 september 1629 gaf de door de Spanjaarden bezette stad ’s-Hertogenbosch zich over na een zwaar beleg van ruim 4 maanden door de troepen van Prins Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647). Wat waren de omstandigheden waaronder dit gebeurde?

Het beleg maakte deel uit van een hernieuwde strijd gedurende de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden (15681648), die met het Twaalfjarig Bestand in de jaren 16091621 onderbroken was geweest. Deze oorlog was begonnen als opstand van de rijke Nederlanden tegen het machtige Spaanse Rijk onder Filips II. Oorspronkelijk waren de uit zeventien gewesten bestaande Lage Landen om religieuze, bestuursrechtelijke en fiscale redenen veelal gezamenlijk opgetrokken. Vanaf 1576 groeiden de noordelijke en zuidelijke Nederlanden steeds verder uiteen, mede omdat de protestantse reformatie in het noorden veel succesvoller was dan dichterbij Brussel van waaruit de katholieke Habsburgers de Nederlanden bestuurden. In 1588 vormden de noordelijke gewesten de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar het calvinisme toonaangevend was, terwijl in de zuidelijke Nederlanden het katholicisme de enig toegestane godsdienst bleef.

 

zwanenbroeders
2. Pauwels van Hillegaert (I) (1596-1640), Prins Frederik Hendrik en graaf Ernst Casimir bij het beleg van ‘s-Hertogenbosch, 1629 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam, bruikleen aan het Noordbrabants Museum)

 

Kort nadat Prins Maurits van Oranje was overleden veroverde de Spaanse veldheer Spinola op 2 juni 1625 de door de Oranjes beheerste stad Breda. Maurits werd opgevolgd door zijn broer Frederik Hendrik, en begon vanaf 1626 met Ernst Casimir Casimir van Nassau-Dietz (1573-1632) aan een succesvolle veldtocht tegen de Spanjaarden. Deze werd mede gefinancierd doordat de kaper Piet Hein in 1628 in de Baai van Matanzas in naam van de Republiek de bekende Spaanse Zilvervloot veroverde.

‘s-Hertogenbosch was een strategisch belangrijke vestingstad, die Brabant en de toegangswegen tot de Veluwe, Utrecht en Holland beheerste. Op 1 mei 1629 begon Frederik Hendrik aan het Beleg van de stad met 24.000 infanteristen, 4.000 ruiters en 116 kanonnen. Hij verordonneerde ook de aanleg van omsingelingswerken om de stad, een hoogstandje van ingenieurskunst in die tijd. Duizenden boeren en polderwerkers legden een dubbele omwalling aan om de stad, in totaal elf uur gaans. Daarbinnen lagen de kampementen van de verschillende bevelhebbers, Frederik Hendriks hoofdkwartier lag bij Vught.

De Spanjaarden onder graaf Ernesto Montecuccoli (1582-1633) wilden de stad tot elke prijs in handen houden en gaven zich niet gemakkelijk gewonnen. Rond de vestingstad lagen de ‘Ondergelopen Weyden’, waarmee de Spanjaarden probeerden zich te weren. Maar door achter de rivier de Dieze een groot aantal molens op te stellen kon Frederik Hendrik het geïnundeerde gebied leegpompen. Als afleiding probeerden de Spanjaarden Amersfoort en de Veluwe in te nemen wat mislukte nadat Frederik Hendrik de Spaanse bevoorradingsstad Wezel overviel.

Op 10 september 1629 sloegen de Staatsen een bres in het Vughter bolwerk bij de Vughterpoort, waarna de verdediging van de stad onhoudbaar werd. Daarna begonnen de onderhandelingen, die op 14 september tot de overgave van de stad en uiteindelijk tot het gehele gewest zouden leiden wat voor Brabant grote gevolgen zou hebben. Met de strategisch gelegen stad aan de zuidkant van de Republiek was de veiligheid daarvan gegarandeerd. Deze verovering was één van belangrijkste in de lange oorlog, en hiermee vestigde Frederik Hendrik definitief zijn naam als krijgsheer en ‘stededwinger’.

De gevolgen voor de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap zijn bekend: op aandrang van de protestante machthebbers werden de admissieregels van de Broederschap aangepast en vanaf 1642 konden ook niet-katholieken lid worden van de Broederschap.

 

zwanenbroeders
Jaques Prempart, kaart van het beleg van ’s-Hertogenbosch, 1629, gravure, handgekleurd.

Het beleg en de verovering van ‘s-Hertogenbosch en de hoofdpersonen daarvan werden onderwerp van een groot aantal schilderijen, tekeningen, prenten, kaarten en penningen.

Het nieuwe bruikleen van het Rijksmuseum is hiervan een goed voorbeeld. Dit schilderij door Pieter de Neyn (1597-1639) toont een gezicht in het kampement van de belegeraars die met takkenbossen de schansen rond ’s-Hertogenbosch opbouwen. Op de voorgrond links zijn ruiters te zien, iets rechts daarvan dansende vrouwen en soldaten voor een tent. Rechts inspecteren soldaten en een vrouw een kelder. In de verte is het profiel van de stad zichtbaar, gezien vanuit het zuiden. De lage horizon in het schilderij benadrukt het platte landschap rond de stad en haar profiel tegen de grijze wolken. Hoogstwaarschijnlijk is dit schilderij pas (jaren) na de inname van de stad in opdracht van de ‘Staatsen’ gemaakt als historisch stuk, waarbij het sterfjaar van De Neijn als terminus post quem geldt.

 

zwanenbroeders
Pieter de Neijn (1597-1639): Het beleg van ‘s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik, 1629, detail met profiel van ’s-Hertogenbosch

Pieter de Neyn was in circa 1611-1616 samen met zijn bekendere tijdgenoot Jan van Goyen (1596-1656) in Haarlem leerling van de landschapsschilder Esaias van de Velde (1587-1630). Daarna vestigde hij zich in zijn geboortestad Leiden waar hij tot zijn dood zou werken. Hij werd vooral bekend door zijn landschappen en stadsgezichten.

Met dit belangrijke bruikleen wordt een deel van de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch, dat voor de Broederschap zo ingrijpend zou blijken, nader belicht, en wij danken het Rijksmuseum voor haar welwillende medewerking om dit schilderij in het Zwanenbroedershuis te kunnen tonen.

Op 9 september is het schilderij opgehangen in de Proostenzaal en vanaf heden voor een ieder te bezichtingen.

 

*LITERATUUR:

Catalogus Rijksmuseum, Amsterdam, 1920, no. 1752a, als toegeschreven aan P. Nolpe.
P.J.J. van Thiel, All the paintings of the Rijksmuseum in Amsterdam, Amsterdam, 1976, p. 416, no. A 2245, als P. de Neyn.

 

 

 

Over ir N.M.P. (Nick) van Lanschot 18 Artikelen
10