Neogotische kaarsenkronen

Kaarsenkroon, messing en ijzer, Zuidelijke Nederlanden, ca. 1525-1550, hoogte 117 cm Rijksmuseum Amsterdam, aankoop 1893
Kaarsenkroon, messing, Nederland, 19e eeuw, hoogte 66 cm. Museum het Zwanenbroedershuis, aankoop 2012.

In de 15e eeuw was de gotiek de belangrijkste stijl in de kunst in Noord-Europa. Behalve in schilderijen en sculptuur zien we deze stijl ook terug in toegepaste kunst. Zo ontstonden er ook gotische kaarsenkronen van koper en messing, meestal gemaakt voor kerken, kloosters en een enkele vermogende particulier. Sommige daarvan werden gedecoreerd met een centrale staande figuur, in de Zuidelijke Nederlanden was dat vaak Maria met Kind. Een voorbeeld daarvan is de kaarsenkroon op twee hoogten met ieder acht armen die zich sinds 1893 in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam bevindt (fig. 1). Ook deze kroon toont de Madonna als centrale figuur, al zijn het Kind en Maria’s armen in de loop der jaren zoek geraakt. Van de kroon is bekend dat deze oorspronkelijk hing in één van de kapellen van de Sint-Jan (niet die van de Broederschap) in ’s-Hertogenbosch, maar na de verovering van de stad in 1629 werd gestolen. Na omzwervingen kwam de kroon in een Noord-Hollandse kerk terecht, waarvan het kerkbestuur in de late 19e eeuw besloot de kroon te laten nagieten en het origineel te verkopen aan het Rijksmuseum. Het is zeer aannemelijk dat in de Kapel van de Broederschap in de Sint-Jan ooit ook een dergelijke kaarsenkroon hing, die later verloren ging. Kaarsenkronen uit de gotische periode zijn tegenwoordig zeldzaam. Het Rijksmuseum bezit naast de hier beschreven kroon nog drie andere exemplaren, welke ook zijn aangekocht in de late 19e eeuw, toen de neogotiek in ons land de oude stijl weer populair maakte.

In dit verband was het interessant dat eind 2012 in Den Haag een vergelijkbare kroon van kleiner formaat ter veiling kwam (fig. 2) welke in de (late) 19e eeuw is gemaakt tijdens de opleving van de stijl, mogelijk als nagietsel van een (nog) onbekende gotische kroon. Deze kroon is in stijl duidelijk verwant met die uit de Kapel van de Sint-Jan. Ook hier is de centrale figuur de op de maansikkel geplaatste Mariafiguur, omgeven door een stralenkrans (‘Maria Immaculata’). Maria draagt op haar linkerarm het Kind en in haar rechterhand de Scepter. De Kroon van Maria heeft bovenaan een haak om de kroon aan op te hangen. De twaalf losse armen op twee hoogten zijn tweemaal gebogen en versierd met druiventrossen en wingerdbladeren. De ronde vetvangers hebben aan de onderkant opengewerkte, gekartelde verticaal geplaatste randen, ter maskering van de bevestiging op de armen. Een leeuwenkop dekt de onderkant van de stam af, in zijn muil een ring.

Een kaarsenkroon in deze stijl en met de figuur van Maria leek voor het Zwanenbroedershuis wel een zeer passend object. Bovendien verwijst de kroon naar de vermiste kroon uit de Kapel van de Broederschap in de Sint-Jan. Zo werd in de museumcommissie na overleg besloten te pogen de kroon aan te kopen, wat voor een gering bedrag lukte. Recent kwam de kroon naar het Zwanenbroedershuis, hiervoor kan na de aanstaande verbouwing een definitieve locatie in het pand worden gevonden.

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*